Onvoorwaardelijke liefde

10 dec 2019 | 0 Reacties

Naarmate ik ouder werd, kreeg ik meer inzicht in mijn functioneren als moeder. Ik schrijf daar ook over in mijn boek. Maar pas toen de kinderen al lang het huis uit waren, drong het beetje bij beetje tot me door dat het gemis van liefhebbende ouders veel groter was dan ik aanvankelijk dacht.

Zo herinner ik me een gesprek met jongste dochter. In een telefoontje jaar of twaalf geleden, liep ze helemaal leeg over problemen op ‘t werk. Aan ‘t einde zei ze: ‘he mam, dank, dat lucht op.’
Enfin, ik weet nog, ik zat in de auto en stond voor ons huis en ik begin me toch onbedaarlijk te huilen. Zo maar, uit het niets kwamen de tranen. Waarom dat zoveel jaar heeft geduurd? Ik weet het niet (of eigenlijk wel, maar bewaar ik voor andere keer), maar toen pas voor eerste keer drong het tot me door – had ik het besef – dat ik dat zelf nooit heb kunnen doen. Gewoon m’n moeder/vader bellen en me eens lekker laten gaan. Weten dat ze no matter what onvoorwaardelijk van je houden. Dat het niet uitmaakt wat je zegt, dat ze naar je luisteren en dat ze sowieso vierkant achter je staan.


Toen ik eenmaal dat besef had, begreep ik steeds meer. Waarom ik na geslaagde examens – ik praat over cursussen die ik deed toen de kinderen nog klein waren – zo intens verdrietig kon zijn (niemand die me feliciteerde, die trots was). Of de meeleef-telefoontjes over de kleinkinderen die in ons leven kwamen. Uren kan ik luisteren naar de verhalen over de vorderingen van de kleintjes (en van de grote natuurlijk) en leef ik intens met ze mee. Nog niet zo lang geleden realiseerde ik me dat dat allemaal nieuw voor me is. Het is geen herhaling van wat ik vroeger zelf deed. Geen been there/done that.
Het ‘houden van je vader/moeder gevoel’ dat ken ik niet. Dat is wel eens lastig. Heel lang mat ik het gevoel dat de kinderen voor mij hebben af aan wat ik voor mijn pleegmoeder voelde.
Niets dus.


Ik haatte haar, vond haar wisselend ongevoelig, gierig, bekrompen, burgerlijk, afgrijselijk, afwijzend, zeur, oud, lelijk maar vooral egocentrisch. Vooral dat laatste. Alles draaide om haar.
Weet zeker dat dit voor velen heel gek klinkt maar oh zo vaak vroeg ik me af, zouden mijn kinderen dat nu ook van mij denken?


Een keer (1991) belde mijn oudste dochter die toen in Zwitserland woonde me verwijtend op: ‘mam, waarom bel je mij nooit.’ Ja, ik wist wel waarom: ‘Veels te bang dat je mij dan een last vind, dat je misselijk van me wordt.’ Want dat effect hadden telefoontjes van pleegmoeder op me, als ze ophing moest ik overgeven.


Het kostte door de jaren heen veel overredingskracht en diverse uitleggesprekken van mijn drietal om mij vrijuit naar hen te laten bellen, te vragen en op mijn beurt te vertellen. Ik snap het gelukkig nu wel, maar het echte gevoel van got wat houd ik van mijn vader/moeder, nee dat ken ik helaas niet.


PS Ik bedoel dit niet als ‘wat is ze zielig’ hoor. Het is gewoon een constatering. Een van de velen die ik pas op latere leeftijd deed. En bij het schrijven van mijn boek kwamen daar nog de grote openbaringen bij die afgelopen anderhalf jaar mijn leven finaal op de kop zette.
Naief, stom? Tja… Terugkijkend misschien wel, maar omdat ik alles ‘van vroeger’ nooit toeliet, kon ik niet anders.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Andere titels van Carla van Dokkum