Trauma’s die ik mijn kinderen bezorgde…

10 dec 2019 | 0 Reacties

Wie ik goddank niet verlies zijn mijn kinderen.

Wie ik goddank niet verlies zijn mijn kinderen. Zo jong als ze zijn, als hun vader vertrekt, gaan ze een voor een om mij heen staan. Marcelle is dan veertien. Mijn prille puber zit in de tweede klas van de middelbare school, maar ik behandel haar als mijn gelijke, als een soort vriendin, als praatpaal en besef me in die tijd totaal niet wat dat met haar doet.

Als Bart-Jan na zijn vertrek meldt dat hij bepaalde spullen uit huis komt halen, haal ik Marcelle uit school. Alleen durf ik de confrontatie niet aan. Marcelle stelt zich sterk op; soms doen kinderen dat in een crisissituatie. Ze troost me en zorgt voor me vooral als ik dagen achterelkaar op bed onder de dekens lig. Dat zij ook verdriet heeft, ik zie het niet. Dan niet.

Hoewel nog jonger dan Marcelle, zorgt ook Hansbart voor mij. Mijn zoon stelt zich op als de man in huis. ‘Mamma je hoeft niet te huilen, ik zal voor je zorgen zegt mijn elfjarige knulletje.’ Ik stimuleer hem ook in die rol in de zin van ‘als ik jou toch niet had…’ Bij alles wat een beetje technisch is, vraag ik zijn hulp: bij het programmeren van de video, bij het aansluiten van nieuwe apparaten en indraaien van lampen; al die zogenaamde mannenkarweitjes. Evenals Marcelle is zijn liefde voor mij onbegrensd. In die donkere jaren doet hij alles voor me. Hij is lief en zorgzaam, de sfeer in huis is liefdevol en harmonisch.Van enig pubergedrag merk ik niets.

Dat dat er wel is, speelt zich buiten mijn gezichtsveld af. Als ik een keer voor een ouderavond op school kom, verneem ik dat mijn lieve zoon de aansteker en leider is van nog al wat kattenkwaad hier en daar. Ik ben er helemaal van in de war en hoor me nog verbaasd tegen de leraar zeggen: ‘hoe kan dat nou, hij is thuis zo lief.’

Hansbart maakt zich ook zorgen over onze geldzaken. Hij gaat later heel hard werken, zweert hij en ooit zal er als ik ‘s morgens wakker word een mooie auto voor de deur staan, met een grote strik er omheen.

Ik heb mijn kinderen een trauma bezorgd. Door geen kennis gehinderd hoe te handelen in tijden van scheiding en overmand door woeste golven van eenzaamheid en onbeheerst verdriet was het alleen mijn hart dat regeerde.

Als Marcelle op latere leeftijd door een burn-out in therapie zit en ik al bijna tien jaar weer gelukkig getrouwd ben, confronteert ze me met deze zwarte bladzijdes uit haar jeugd. Terecht maakt ze me het verwijt dat ik in die tijd totaal geen rekening met haar heb gehouden. Dat ze zich die jaren herinnert als dat ze in een oorlogszone leefde. Ik kan dat alleen maar bevestigen. Als moeder in die tijd heb ik haar ernstig tekort gedaan. Ik kan niet anders dan haar op alle fronten gelijk geven. Mijn lieve oudste geeft ook aan, dat ze het tegelijkertijd best begrijpt. ‘Ik snap het wel hoor mam, je leven stond die tijd op zijn kop’ en andere lieve dingen die ze zegt.

Maar oh wat schaam ik me achteraf en ik ga diep door het stof. Hoe heb ik dit laten gebeuren, hoe ga ik die tijd voorbij aan de gevoelens van mijn kinderen. Ook mijn zoon krijgt er genoeg van mee, maar gelukkig heeft hij in deze tijd veel afleiding met zijn vrienden en (vooral) – hij erfde de looks van zijn vader – van vriendinnetjes.

Kleine Ellen is nog te jong, denk ik in die tijd. Maar ook zij loopt de nodige krassen op, zal later blijken.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Andere titels van Carla van Dokkum